03-01-08

Socialisten en de endlösung!

Holocaust_2 Ik schrijf het al jaren, maar nu komt de SOMA met hetzelfde resultaat. De Belgische socialisten hebben bewust meegewerkt met de endlösung tijdens WOII. bron: GVA

Toen Hitler België bezette, publiceerde Hendrik De Man, de voorzitter van de SP/PS, in naam van zijn partij een Manifest: "Ziehier wat ik u vraag te doen. Geloof niet dat er weerstand moet geboden worden aan de bezetter. Aanvaard eerder het feit van zijn overwinning en probeer er lessen uit te trekken. Voor de werkende klassen en voor het socialisme is deze ineenstorting van een vermolmde wereld verre van een ramp te zijn een bevrijding. De weg ligt open voor de twee doelstellingen die de verzuchtingen van het volk samenvatten

In 1940 verbond de socialistische partij zich met het Hitler-fascisme. De 23ste augustus 1940 ondertekende Achiel Van Acker, die later eerste-minister werd van een 'democratische' regering, het Manifest van De Man en hij sprak zich uit 'ten gunste van de nieuwe orde'.

Na de beruchte Kristalnacht van 9 november 1938 zochten tienduizenden vluchtelingen hun heil in ons land. De meesten moesten in het vooroorlogse België onderduiken in de semi-clandestiniteit, als ze al niet aan de grens werden aangehouden en uitgeleverd aan de Duitse overheid. Op 14 juli 1938 had de minister van Justitie Pholien ( PSC Parti Social Chrétie ) voor de Kamer al verklaard: "We versterken de grensbewaking met eenheden van de rijkswacht om te verhinderen dat men op onregelmatige wijze het land binnenkomt en om nadien niet te moeten overgaan tot uitwijzingen". Op 14 augustus 1939 vaardigt Hendrik De Man En Paul Henri Spaak ( BSP Belgische socialisten) een koninklijk besluit uit dat alle buitenlanders verplicht zich te melden op het gemeentehuis om hun inschrijving te vragen, binnen de 48 uren na hun aankomst. De wet van 11 augustus 1939 organiseert een volkstelling onder de buitenlanders. Hoewel nog niet voltooid op het moment van de Duitse inval, zijn de gegevens uiterst nuttig voor de bezetter. De besluit-wet van 28 september 1939 voert strafmaatregelen in voor vreemdelingen die illegaal in ons land verblijven en laat toe vreemdelingen die een gevaar voor de openbare orde kunnen betekenen in hechtenis te nemen... wat op het ogenblik van de Duitse bezetting ten uitvoer wordt gebracht.

Op 3 februari 1939 richt de Foy, hoofd van de Staatsveiligheid, een nota aan koningin Elisabeth waaruit blijkt dat de Staatsveiligheid al sinds 28 augustus 1938 niet alleen de joden aan de grens terugstuurt maar ook actief zoekt naar joden die zich clandestien in ons land ophoudden en ze uitwijst. Volgens deze nota waren er in juli 1938 ongeveer 1.000 clandestiene immigranten uit Duitsland wat vanaf november oploopt tot 2.000 per maand. De joden werden in Brussel en Antwerpen dus reeds voor de oorlog vervolgd en op treinen naar Duitsland gezet, richting concentratiekampen.

In het kader van de noodtoestand neemt de Belgische regering op 10 mei 1940 een ministerieel besluit dat alle vreemdelingen van Duitse herkomst, onder wie dus de joodse vluchtelingen, zich bij de autoriteiten moeten melden om in de dichtst bijzijnde gevangenis te worden opgesloten...

De eerste maatregelen tegen de joden werden genomen zes maanden na de intrede van de Duitse troepen. Eerst werd op 23 oktober 1940 een bevel uitgevaardigd dat het ritueel afslachten van dieren verbood. Dan, op 28 oktober 1940, voerden twee orders het eigenlijke statuut in. Het eerste bevel maakt de bedoeling duidelijk. Officieel heet het een "bevel met betrekking tot maatregelen tegen de joden". Het begrip jood wordt er bepaald op basis van biologische en ouderlijke erfelijkheid en bevestigd door het aankleven van de Israëlische godsdienst. De aldus uitgetekende jood moet zich dan laten inschrijven in een speciaal register bij de gemeentelijke administratie waar hij woont. De zogenaamde joodse bedrijven moeten zich ook melden. Het tweede dekreet van 28 oktober beveelt het opheffen van de openbare functies en activiteiten uitgevoerd door joden. Ze doelt uitdrukkelijk op ambtenaren, advocaten, leerkrachten en journalisten.

In september '41 vervolledigt een nieuw dekreet het statuut. Het bevel beperkt het vrije verkeer van joden. De joden worden binnen de grenzen van vier steden gehouden: Antwerpen, Brussel, Luik en Charleroi; er geldt voor hen een avondklok: ze mogen hun woning niet verlaten tussen 20u en 7u. Leerlingen die niet onder de leerplicht vallen wordt de toegang ontzegd tot niet-joodse schoolinstellingen en de Joodse Vereniging in België wordt belast met het verzekeren van verplicht onderricht in lager en middelbaar onderwijs voor de kinderen die onder de leerplicht vallen.

Op 17 januari 1942 volgt dan het verbod het land te verlaten. Dit vervolledigt de schikking getroffen in oktober 1940 die de terugkeer van vluchtelingen in de exodus verbood. Op 11 maart 1942 klinkt de tekst van het bevel laconiek: de militaire administratie behoudt zich het recht voor werkomstandigheden van speciale aard te bepalen. Het uiteindelijke doel van dit statuut, dat door elk nieuw bevel beperkender wordt, wordt stilaan duidelijk. Wanneer de joden in de zomer van 1942 in handen komen van de nationaal socialisten, is men klaar voor de gedwongen emigratie. De joden zijn geïdentificeerd, opgeschreven, gebrandmerkt, beperkt tot hun woning, bijeen gedreven in een verplichte gemeenschap die hen beheert, isoleert van de rest van de bevolking, ontdoet van hun goederen, en veelal elke professionele of economische activiteit ontzegt. Hun banden met het land, die toch al broos zijn, werden beetje bij beetje doorgehaald. Zij zijn nu helemaal ter beschikking van de Endlösung.

Gedeeltelijk uit: Verdeel en heers. Het racisme als strategie." Albert Martens, Luk Walleyn

12:04 Gepost door in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: belgie, bsp, endlosung, ps, socialisten, sp a |  Facebook |